De Zonnige 16 regel

De Zonnige 16-regel stamt uit het analoge tijdperk en diende als leidraad voor fotografen om een correcte belichting te bereiken zonder gebruik te maken van een lichtmeter. In de moderne digitale fotografie is het echter veel eenvoudiger geworden om de belichting nauwkeurig te regelen. Dit kan bijvoorbeeld door het histogram op je camera te raadplegen, en bij tethered fotografie (waarbij foto's direct naar de computer worden gestuurd) kan je de gemaakte foto’s perfect beoordelen op een groot scherm.

Wanneer je buiten fotografeert bij daglicht, zonder wolken rond de middag, en je bijvoorbeeld een foto in de natuur maakt, zal je merken dat de belichting correct zal zijn met de volgende instellingen: ISO 100 (ASA 100 voor film), 1/100 sluitertijd, F/16 diafragma.

Met andere woorden, als je bijvoorbeeld op F/8 wenste te fotograferen, moest je even rekenen. Van F/16 naar F/8 is een winst van 2 stops aan licht (een stop is een halvering of verdubbeling van licht). Om dit te compenseren, moest je dus je sluitertijd aanpassen van 1/100 naar 1/200 en vervolgens naar 1/400.

Bij sommige analoge camera's was de maximale sluitertijd 1/1600. Als we de Zonnige 16-regel toepassen, betekende dit dat het maximale diafragma F/4 was. Dus van 1/400 ging je naar 1/800 en vervolgens naar 1/1600.

Stel dat je een F/1.4 lens had en dit diafragma wilde gebruiken, dan moest je een ND-filter (neutral density) op de lens plaatsen. Een ND-filter is als een zonnebril voor je lens, het laat minder licht binnen. Dus van F/4 ging je naar F/2.8, vervolgens naar F/2.0 en tot slot naar F/1.4, wat 3 extra stops aan licht betekent.

Om dit op te vangen, moest je een ND8-filter plaatsen. Een ND2-filter blokkeert 1 stop aan licht, terwijl een ND4-filter 2 stops aan licht blokkeert. (ND2 —> ND4 —> ND8 —> ND16 —> ND32 —> …)

De Zonnige 16-regel blijft een interessant weetje, vooral als je flitslicht wilt gebruiken in open lucht en binnen de flitssynchronisatie van je camera wilt blijven. Voor de meeste camera's ligt deze synchronisatie op ongeveer 1/200 (of 1/250 maar ook op 1/160). Als je een kleinere sluitersnelheid wilt gebruiken, zal je flitser in HSS (high-speed sync) gaan flitsen, waarbij je minstens 2 stops aan licht verliest.

Met andere woorden, als je wilt fotograferen op 1/200 bij f/2.8 en ISO 100 op klaarlichte dag, heb je een ND-filter nodig (behalve bij camera's met een global shutter zoals de Sony A9III). Maar welke?

Als we uitgaan van de instellingen voor de Zonnige 16-regel: F/16, 1/100 sluitertijd, ISO 100, en we willen fotograferen op 1/200, dan wordt ons diafragma F/22. Zonder ND-filter zou onze sluitersnelheid 1/12800 zijn (van F/22 naar F/16 naar F/11 naar F/8 naar F/5.6 naar F/4 naar F/2.8 zijn 6 stops aan licht). Dus onze sluitertijd wordt dan 1/200 —> 1/400 —> 1/800 —> 1/1600 —> 1/3200 —> 1/6400 —> 1/12800.

Let op, dit is bij vol zonlicht! Dus je zou een ND64-filter nodig hebben om 6 stops aan licht te blokkeren. Op die manier kun je toch flitsen met een sluitertijd van 1/200 seconde.