Lightroom versus Capture One Pro
Inleiding:
Wereldwijd zijn er waarschijnlijk miljoenen Lightroom-gebruikers, terwijl Capture One Pro minder bekend en gebruikt is.
Toen ik begon met het bewerken van RAW-foto's, was Lightroom dé standaard. Opleidingscentra zoals CVO en Syntra boden het volledige Adobe softwarepakket aan, maar Capture One Pro kwam daar niet in voor. Leraars konden dikwijls “gratis’” beschikken over de Adobe suite! De eerste versie van Lightroom waar ik mee werkte, was rond versie 6 of zelfs eerder. Het was een stabiel en degelijk programma, maar had geen ondersteuning voor tethering (geen communicatie tussen camera en laptop via USB kabel) met Sony-camera's. Daardoor kwam ik in aanraking met Capture One Pro (versie 11), dat voor Sony-gebruikers aantrekkelijk geprijsd was. Het betrof wel een "Sony"-versie, wat betekende dat je geen RAW-bestanden van andere merken, zoals NEF, kon bewerken. Dit was voor mij geen probleem, aangezien ik alleen mijn eigen foto's bewerkte en niet als retoucher in opdracht werkte, waardoor ik de duurdere versie niet nodig had.
In het begin vond ik Capture One Pro niet erg gebruiksvriendelijk. Je kon de GUI (lay-out) volledig aanpassen, wat ik onoverzichtelijk vond. Maar het grote voordeel was dat ik RAW-foto's via een USB-kabel naar de computer kon sturen en direct op een groter scherm kon bekijken. CO ondersteunt nu ook draadloze communicatie tijdens het tetheren. Omdat RAW bestanden een aanzienlijke bestandsgrootte hebben is de overdracht een stuk langzamer. Je kan echter ook kiezen om de RAW bestanden op de camera op te slaan en een kleine JPG formaat naar de camera te sturen.
Na het volgen van een Engelstalige online cursus en door de software grondig te leren kennen, is Capture One Pro nu mijn favoriete tool voor RAW-bewerkingen. Elke foto die ik in de afgelopen 8-9 jaar heb bewerkt, is eerst door Capture One Pro gegaan. Het is inmiddels mijn voorkeur voor RAW-verwerking (al gebruik ik soms wel de Camera RAW functie in Adobe Bridge of Photoshop wat eigenmlijk hetzelfde is als Lightroom.
Lightroom:
Op een bepaald moment begon Lightroom traag te worden. Ik had toen een van de eerste 4K-laptops (Dell XPS15), maar helaas zonder krachtige grafische kaart. Capture One Pro werkte veel sneller, wat de overstap naar CO (Capture One Pro) aanzienlijk versnelde. CO bood niet alleen een snellere workflow, maar had ook functies die in LR (Lightroom) ontbraken.
Dit betekent niet dat ik LR afkeur, integendeel. Het is een zeer krachtig softwarepakket, maar de database-structuur is niet voor iedereen ideaal. In Lightroom moet je namelijk altijd foto’s importeren. Gegevens zoals EXIF-informatie worden op de achtergrond in een database opgeslagen. Als voormalig IT’er begrijp ik hoe belangrijk databases zoals SQL en Oracle zijn voor onze samenleving. Ze kunnen gigantische hoeveelheden gegevens opslaan, waardoor het zoeken sneller gaat. Zonder databanken was er geen “google”. Je kunt in principe je hele harde schijf (of SSD) indexeren en direct resultaten krijgen zodra je naar een bestand zoekt.
Het nadeel van Lightroom's database is dat je tijdens het importeren van foto's consequent kernwoorden moet toekennen om later gemakkelijk te kunnen zoeken. Stel je hebt een fotoshoot gedaan met Christelle in Londen, waarbij ze een rood kleed en groene schoenen droeg. Je zou dan kernwoorden als "Londen", "Shoot in Londen", "Model", "Rood kleed", "Groene schoenen", en "Christelle" aan de foto's moeten koppelen. Als je na drie jaar zoekt op "rood kleed", krijg je meteen de juiste foto's te zien. Dit is allemaal geweldig, maar...
Als je geen kernwoorden gebruikt, biedt de database geen voordeel en werkt deze eerder tegen je. Het verwijderen of verplaatsen van foto's moet binnen LR gebeuren. Als je dit via de Windows Verkenner (of Finder op Mac) doet, raakt de database in de war. Er zijn wel mogelijkheden om de foto’s opnieuw te importeren, maar het blijft omslachtig.
Tijdens mijn gebruik van LR zag ik regelmatig dat mensen hun foto's verkeerd importeerden. Ze kopieerden bijvoorbeeld niet echt de bestanden van een SD-kaart naar de harde schijf, waardoor Lightroom alleen kleine preview-afbeeldingen creëerde. Het leek alsof de foto's aanwezig waren, maar zodra de SD-kaart werd geformatteerd, waren de originele foto's verdwenen en bleven alleen de previews over.
Vooral mensen zonder veel IT-ervaring maakten deze fout regelmatig, met als gevolg dat ze hun foto's kwijtraakten. Om die reden vind ik het vaak handiger om gewoon Adobe Bridge te gebruiken en de foto's van daaruit te bewerken in Camera RAW, wat dezelfde "engine" heeft als LR, maar zonder de verplichting van een database.
Het lijkt misschien alsof ik negatief ben over Lightroom, maar dat is zeker niet het geval. LR is een krachtig programma, en met de nieuwste functies kun je nu eenvoudig storende elementen in een foto verwijderen zonder LR te hoeven verlaten. Vroeger moest je hiervoor altijd naar Photoshop om te "clonen en healen". LR biedt ook meer mogelijkheden dan Capture One, hoewel er nog steeds enkele tools ontbreken waar ik later op terugkom. Omdat ik beide pakketten goed beheers, vind ik dat ik een goed onderbouwd oordeel kan vellen.
Lightroom biedt de mogelijkheid om fotoalbums te maken, een functie die ontbreekt in Capture One Pro. Ook excelleert Lightroom in het selecteren van objecten, waarbij het haar van een model bijvoorbeeld heel nauwkeurig wordt geselecteerd zonder veel losse haren te missen. Ik gebruik de "engine" van Camera RAW in Photoshop waar nodig, en vind het enorm gebruiksvriendelijk. Toch bewerk ik mijn foto's liever in Capture One Pro.
Veel fotografen vinden Lightroom en Photoshop duur, maar dat is niet helemaal terecht en ik laat me daar zeker niet van overtuigen. De combinatie van Lightroom en Photoshop kost slechts €12,09 per maand, wat je toegang geeft tot de meest uitgebreide fotobewerkingsprogramma's. Vergelijk het met een wielrenner die duizenden euro's uitgeeft aan een fiets en wekelijkse consumpties tijdens de rustpauzes, wat vaak duurder op jaarbasis is dan een computer met een Adobe Lightroom + Photoshop-abonnement.
Capture One Pro:
Capture One (CO) werd oorspronkelijk ontwikkeld als RAW-software voor Phase One-camera’s. Voor wie Phase One niet kent: het zijn middenformaatcamera’s, vergelijkbaar met Hasselblad. Op een gegeven moment sloot Phase One een samenwerking met Sony, aangezien Sony geen eigen RAW-software had. Hierdoor begonnen veel fotografen CO te gebruiken. Er was ook een gratis versie met beperkte functies, wat gebruikers snel deed overstappen naar de meer uitgebreide, betaalde versie. CO was toen nog een koopversie, terwijl Lightroom al snel overstapte naar een abonnementsformule. Tegenwoordig kun je Lightroom niet meer kopen, terwijl CO nog steeds beschikbaar is als koopversie, al is het met €349 een stuk duurder geworden. CO ondersteunt ook RAW-bestanden van merken zoals Canon, Nikon en Fuji.
Zelf ben ik ook overgestapt op een abonnementsformule voor CO, die mij €18,25 per maand kost. Dat is €6,16 meer dan het Lightroom + Photoshop-abonnement, en voor dat geld krijg je eigenlijk minder mogelijkheden. Het lijkt misschien vreemd om te kiezen voor een duurder pakket met minder functies dan Lightroom, zeker omdat je voor uitgebreide fotobewerkingen toch nog Photoshop nodig hebt – bijvoorbeeld voor het klonen, waar CO niet aan de kloon-tool van Lightroom kan tippen.
Hoewel dit misschien kritisch klinkt, blijf ik CO toch als de betere RAW-software beschouwen.
Een aantal jaren geleden, tijdens een workshop in Sint-Truiden voor Foto Robyns, gingen we eten met de andere workshopgevers. Tegenover me zat collega Piet Vandeynde, bekend van zijn uitstekende Nederlandstalige boek over Lightroom, en een grote fan van het pakket. We hadden een vriendelijke discussie over LR en CO. Niet dat ik Piet wilde overtuigen dat CO een beter pakket is (wat niet het geval is), maar ik wilde wel benadrukken dat de beeldkwaliteit van RAW-bestanden in CO beter is dan in Lightroom. Dat is ook heel simpel te verklaren én te bewijzen!
CO gebruikt voor vrijwel elke camera een specifiek cameraprofiel dat automatisch wordt toegepast wanneer je een RAW-bestand opent. Deze profielen zijn op maat gemaakt en zorgen voor een nauwkeurige weergave van de RAW-bestanden. Lightroom werkt met algemene profielen (zoals Adobe Standard, Adobe Vivid, Adobe Landscape, enzovoort). Hoewel deze profielen goed zijn, zijn ze niet op maat gemaakt zoals in CO. Je kunt dit in Lightroom enigszins nabootsen door een X-Rite kleurkaart te fotograferen en hiervan een profiel te maken, maar dat is extra werk.
Daarom zien foto’s er zonder bewerking beter in CO beter uit dan in Lightroom.
Een ander voordeel van CO is dat het al vrij vroeg lagen introduceerde, net zoals in Photoshop. Hoewel het beperkt is tot maximaal 16 lagen, is dat meestal voldoende. De echte kracht van CO ligt echter in de stabiliteit bij tethering (het is bij mij nog nooit gecrasht tijdens tethering) en het kleurenbeheer. Je ziet zelfs dat Lightroom inmiddels de kleurenwielen van CO heeft overgenomen, iets dat al jaren een standaardfunctie is in CO. CO heeft daarnaast een functie die ontbreekt in Lightroom: huidcorrectie. Hiermee kun je bijvoorbeeld een rode neus snel dezelfde kleur geven als de rest van het gezicht, zonder ingewikkelde bewerkingen.
CO biedt ook een brightness slider waarmee je de middentonen kunt aanpassen. Wat ik zelf vaak gebruik, zijn helderheidsmaskers en het selecteren van kleuren. Je kunt met een paar klikken de donkerste delen van een foto selecteren en oplichten. In de latere versies van Lightroom is dit ook mogelijk, maar het is minder gebruiksvriendelijk.
Het is dan ook geen verrassing dat veel professionele portret- en fashionfotografen wereldwijd CO gebruiken of zijn overgestapt.
Het selecteren van onderwerpen is minder nauwkeurig maar wel goed. Als het echter perfect moet zijn laat CO spijtig genoeg steken vallen….
Een ander groot voordeel van CO is dat je niet met een database hoeft te werken! Hoewel het mogelijk is, is de database in CO lang niet zo krachtig als die van Lightroom. Zelf werk ik met sessies, wat je kunt zien als een projectgebonden mappenstructuur.
Mijn hoofdmap op mijn NAS (server) is:
#SonyRAW
Met een submap voor het jaar:
2024
Daaronder staan mijn projecten, die CO automatisch aanmaakt, zoals:
2024-09-01_Emilievansteenkiste (Jaartal-maand-dag_projectnaam), wat zorgt voor een overzichtelijke rangschikking op naam.
Binnen elk project heb je vier mappen:
Capture
Selects
Output
Trash
Het proces is simpel: je kopieert de RAW-bestanden van je SD-kaart naar de Capture-folder, en CO maakt dan previews op basis van je schermresolutie. Vervolgens kun je de foto's waarderen met sterren (van 1 tot 5) of kleurcodes. De geselecteerde foto's met 5 sterren verplaats je naar de Selects-map voor verdere bewerking. Als een foto klaar is, geef je deze bijvoorbeeld de kleur groen, en dan kun je eenvoudig filteren om alleen de bewerkte foto's te zien.
Mijn workflow is al jaren hetzelfde: ik selecteer, geef sterren, verplaats naar de Selects-map, bewerk de RAW-foto en exporteer deze vervolgens naar Photoshop. Na de bewerking in Photoshop werk ik het PSD-bestand soms verder af in CO, waar ik subtiele aanpassingen kan doen of juist nog een grondige kleurbewerking toepas.
Wanneer de foto's klaar zijn, kun je in CO recepten aanmaken om ze te exporteren. Je kunt bijvoorbeeld CO automatisch een map laten aanmaken met de naam "HighResolution" en het geëxporteerde bestand automatisch laten hernoemen naar Emilie01_HighResolution.jpg.
Het exporteren met een krachtige grafische kaart gaat ontzettend snel, en dat is zeker geen overdrijving! Je kunt makkelijk 10 verschillende recepten (templates) aanmaken en je foto’s in verschillende formaten in één keer exporteren.
In one videocursussen doen we de RAW bewerking in zowel LR als in CO. Zo kan je de beide workflows zien.
Samenvatting:
Capture One Pro is geen directe concurrent van Lightroom. Hoewel het ook een RAW-editor is, richt Capture One zich voornamelijk op professionele fotografen die nauwkeurige kleuren en een stabiele tethering-oplossing nodig hebben (waarvoor het oorspronkelijk werd ontwikkeld). Als je tevreden bent met Lightroom, is er geen reden om over te stappen. Maar als deze punten voor jou belangrijk zijn, is het zeker de moeite waard om Capture One te overwegen. Het is duurder en biedt minder mogelijkheden dan Lightroom, maar bevat wel enkele unieke tools die Lightroom niet heeft. Houd er rekening mee dat de leercurve wat steiler is, maar zodra je het onder de knie hebt, is het een genot om mee te werken.
De snelheid van Capture One is grotendeels te danken aan de geoptimaliseerde software voor grafische kaarten, zoals die van Nvidia. Het programma maakt intensief gebruik van de grafische kaart (in tegenstelling tot Photoshop), wat het exporteren van bestanden aanzienlijk versnelt. Er is ook een iPad-versie beschikbaar (geen Android), maar daar kan ik geen oordeel over geven omdat ik zelf een Android-tablet gebruik. De iPad-versie heeft in ieder geval niet alle functies van de Windows- of Mac-versie. Bovendien is de soft proofing (het optimaliseren en aanpassen van kleuren voor drukwerk) in Lightroom beter.
Phase One, het bedrijf achter Capture One, is kleiner en heeft waarschijnlijk niet het budget om snel tools zoals AI, die in Lightroom zijn geïntroduceerd, te ontwikkelen en te integreren.
Kortom, Lightroom blijft een zeer interessante RAW-editor die, net als Capture One, ook zijn beperkingen heeft. Voor mij zijn de verplichte database in Lightroom, het ontbreken van huidcorrectie, minder geavanceerde kleuraanpassingen, een minder krachtige RAW-engine, de helderheidsmaskers, en de beperkte tethering-mogelijkheden de belangrijkste redenen waarom ik Capture One blijf gebruiken.