Hoe werkt een lichtmeter?

In het analoge tijdperk was een lichtmeter een standaard gereedschap voor elke fotograaf. Het was namelijk niet mogelijk om na het nemen van een foto het resultaat op een scherm te bekijken zoals nu mogelijk is. Daarom wordt een lichtmeter in het digitale tijdperk minder vaak gebruikt, maar het blijft nog steeds een erg zinvol instrument.

Een lichtmeter meet het licht op een andere manier als een camera. Een camera baseert zich op 18% gereflecteerd licht van 50% grijs (het midden van puur wit en zwart). Een lichtmeter meet echter opvallend licht maar sommige lichtmeters kunnen indien gewenst ook gereflecteerd licht meten.

Opvallend licht en gereflecteerd licht zijn twee verschillende concepten die te maken hebben met hoe licht zich gedraagt in relatie tot objecten en oppervlakken.

  1. Opvallend Licht: Opvallend licht verwijst naar het licht dat rechtstreeks van een lichtbron naar een object of oppervlak reist. Denk aan de zon, lampen, flitsers, enzovoort. Dit licht wordt uitgestraald en reist in een rechte lijn naar het object toe. Het opvallende licht draagt de volledige intensiteit en kleurinformatie van de lichtbron.

  2. Gereflecteerd Licht: Gereflecteerd licht ontstaat wanneer opvallend licht een object of oppervlak raakt en wordt teruggekaatst. Dit gebeurt wanneer het opvallende licht de eigenschappen van het object of oppervlak ontmoet. Het gereflecteerde licht draagt de kleuren en intensiteit van het opvallende licht, maar kan worden gewijzigd door de eigenschappen van het oppervlak, zoals kleur, textuur en glans.


Moderne camera's bieden doorgaans verschillende lichtmeetmodi die fotografen helpen om de belichting van hun foto's nauwkeurig te bepalen. Hier zijn enkele veelvoorkomende lichtmeetmodi die je in camera's kunt vinden:

  1. Matrixmeting (Evaluatieve meting): Deze modus analyseert het licht over het gehele beeld en past de belichting aan op basis van patronen en algoritmen die zijn geprogrammeerd in de camera. Het probeert een gebalanceerde belichting te bieden voor het hele frame.

  2. Centrumgerichte meting (Center-weighted metering): In deze modus meet de camera voornamelijk het licht in het centrale deel van het beeld. Het geeft meer gewicht aan het licht in het midden van het frame bij het bepalen van de belichting.

  3. Spotmeting: Spotmeting meet slechts een klein deel van het beeld, meestal ongeveer 1-5% van het totale beeldgebied. Dit stelt de fotograaf in staat om het licht te meten op een zeer specifiek punt in het frame, wat handig is bij het fotograferen van onderwerpen met hoge contrasten.

  4. Gedeeltelijke meting: Dit is vergelijkbaar met spotmeting, maar meet een groter deel van het frame, typisch rond de 10-15%. Het is nuttig voor situaties waarbij spotmeting te beperkt is, maar je nog steeds de nadruk wilt leggen op een specifiek deel van het frame.

  5. Gecentreerde gemiddelde meting: Deze modus meet het licht over het gehele beeld, maar geeft meer nadruk aan het centrale gedeelte van het frame.

  6. Multi-Zone meting: Dit is vergelijkbaar met matrixmeting, waarbij de camera het licht meet over verschillende zones in het frame en de belichting dienovereenkomstig aanpast.

De beschikbaarheid van deze metingsmodi kan variëren afhankelijk van het merk en model van de camera. Fotografen kunnen de meeste van deze metingsmodi gebruiken om de belichting aan te passen aan verschillende fotografische situaties en creatieve effecten te bereiken.

Deze lichtmeetmodi zijn dus altijd gebaseerd op gereflecteerd licht.

Het spreekt voor zich dat bij een wit oppervlak het licht meer zal weerkaatsen in vergelijking met een zwart oppervlak.

Stel je voor dat je iemand fotografeert, eerst met een wit T-shirt en vervolgens met een zwart T-shirt. Het licht zal anders worden gemeten, tenzij je een spotmeting op precies dezelfde plaats uitvoert (zoals het gezicht). Een andere methode is het gebruik van een grijskaart die exact 50% grijs is. Het gemeten licht zal consistent blijven omdat het oppervlak exact dezelfde grijswaarde heeft.

Een andere methode om je belichtingsdriehoek correct in te stellen is door ZEBRA’s te gebruiken. Ze worden vooral door videografen gebruikt om ten alle tijde visueel een correcte analyse van licht te kunnen maken.

Het hoofdstuk zebra’s komt later in een ander hoofdstuk over foto techniek aan bod.

Waarom een lichtmeter gebruiken?

Er zijn fotografen die niet het nut inzien van een lichtmeter. Dit is vaak onderwerp van discussie, omdat je het resultaat direct op het LCD-scherm (of EVF) van je camera kunt zien. Toch kan een lichtmeter tijd besparen. Je meet het licht, past de flitssterkte aan, en zodra je een foto maakt, is deze "correct" belicht.

Een lichtmeter is ook handig wanneer consistentie in belichting cruciaal is. Stel je voor dat je 30 mensen op twee verschillende locaties moet fotograferen en het licht bij elke persoon gelijk moet zijn. In dat geval moet je niet alleen je lichtopstelling meten, maar ook de flitskracht van elke individuele flitser. Hoewel dit geen garantie biedt, zorgt het meten van het licht individueel en in groep en het noteren van deze waarden ervoor dat het licht op de tweede locatie exact hetzelfde zal zijn.

Een lichtmeter kan ook nuttig zijn in situaties met veel contrast, zoals het fotograferen van een interieur met grote lichtpartijen. Om ervoor te zorgen dat elk detail van licht (van diep zwart tot helder wit) correct wordt vastgelegd, gebruiken fotografen vaak bracketing, waarbij meerdere foto's met verschillende belichtingen worden genomen. Tijdens de nabewerking worden deze foto's samengevoegd tot een HDR-beeld zonder clipping. Een nadeel is dat bewegende onderdelen enige bewegingsonscherpte kunnen vertonen omdat de verschillende foto's niet gelijktijdig worden genomen. Gelukkig is er software beschikbaar die dit probleem grotendeels kan corrigeren. Bij een camera met een groot dynamisch bereik is bracketing niet altijd nodig. Hier komt een lichtmeter van pas. Door een cameraprofiel aan te maken met verschillende belichtingen en dit in de Sekonic-software te importeren, wordt een cameraprofiel voor je lichtmeter gemaakt. Vervolgens meet je met je lichtmeter de hooglichten, middentonen en schaduwen met een reflectiemeting, en je lichtmeter laat zien of deze binnen het dynamisch bereik van je camera vallen. Valt het binnen het bereik, dan volstaat één foto.

Het gebruik van een lichtmeter geeft een zeer professionele uitstraling. Het laat zien dat de fotograaf precies weet wat hij doet, want zodra hij een foto maakt, is deze al correct belicht. Mensen met beperkte tijd, zoals CEO's, waarderen dit enorm. Zodra je je lichtopstelling aanpast en het licht meet, ben je meteen weer klaar om verder te gaan. Een fotograaf die geen lichtmeter gebruikt, zal hier waarschijnlijk meer tijd voor nodig hebben. Bij het gebruik van één flitser kun je snel het juiste licht vinden, maar zodra je meerdere flitsers gebruikt, kun je TTL niet toepassen.

Ingebouwde draadloze module:

Sommige lichtmeters hebben de mogelijkheid om een draadloze module te plaatsen of ze zijn voorzien van een ingebouwde module. Hiermee kun je het licht van een flitser rechtstreeks meten vanaf de lichtmeter, zonder dat je de zender op je camera hoeft te gebruiken. Met andere woorden, als je camera op een statief staat, kun je naar het model lopen, de lichtmeter onder de kin houden, het licht meten en indien nodig ter plaatse aanpassen. De zender op je camera wordt dan in een "domme" modus gezet, waarbij deze alleen nog een signaal stuurt om de flitser te activeren. De flitssterkte regel je dan vanaf je lichtmeter.

Een voorbeeld van een lichtmeting:

Van zodra je je camera op manueel zet kan je met de 3 parameters van de belichtingsdriehoek je belichting instellen. Laat ons een voorbeeld nemen. We fotograferen een persoon met een full frame camera met enkel natuurlijk licht. De lens die we gebruiken is een 85mm met een diafragma tussen f/1.8 en f/22.

We kiezen voor weinig scherptediepte en beslissen om te fotograferen met een diafragma van f/1.8. Omdat bewegingsonscherpte te voorkomen kiezen we voor een sluitersnelheid van 1/125.

Op onze lichtmeter geven we deze parameters in. We houden de lichtmeter onder de kin en onze lichtmeter zal de ISO waarde tonen die we moeten instellen op de camera.

Maar het kan ook andersom. We wensen te fotograferen met een ISO waarde van 100 en een diafragma van f/2.8. Onze lichtmeter zal na een lichtmeting ons de sluitersnelheid tonen voor een correct belichte foto.

Een lichtmeting van flitslicht:

Hier geldt ongeveer dezelfde werkwijze. We fotograferen een model in een studio met één flitser en kiezen voor een diafragma van f/2.8, ISO 100 en een sluitertijd van 1/200.

De flitser staat ingesteld op 1/32 (flitssterkte). We stellen zowel de ISO-waarde als de sluitertijd in op onze lichtmeter, houden de lichtmeter onder de kin en laten de flitser afgaan. Het resultaat is f/5.6.

Dit betekent dat er te veel licht op ons model valt. We zouden het diafragma op onze camera kunnen aanpassen naar f/5.6, maar we willen net op f/2.8 fotograferen. Van f/5.6 naar f/2.8 zijn precies 2 stops aan licht (5.6 → 4.0 → 2.8). Als we onze flitssterkte met 2 stops verminderen, zal ons licht perfect zijn. In dit voorbeeld kiezen we ervoor de flitssterkte te verlagen naar 1/128 (1/32 → 1/64 → 1/128).

In de praktijk zul je in de studio altijd zowel je ISO als de sluitertijd 'vastzetten' en de flitssterkte aanpassen om het gewenste diafragma te kunnen gebruiken.

HSS:

Een lichtmeter zoals de Sekonic L-858D biedt echter ook de mogelijkheid om te meten in HSS (High-Speed Sync). Dit betekent dat je sluitertijd sneller kan zijn dan je flitssynchronisatiesnelheid. Bij de meeste camera's is deze synchronisatiesnelheid ongeveer 1/250 van een seconde. (behalve bij camera’s met een global shutter zoals de Sony A9III)

ND filters:

ND-filters, ofwel neutral density-filters, worden in de volksmond ook wel grijsfilters genoemd. Ze fungeren als een soort zonnebril die je op je lens plaatst. Ze verminderen de hoeveelheid licht die je lens bereikt. Dit kun je ook instellen op je lichtmeter. Een ND2-filter blokkeert bijvoorbeeld 1 stop licht, dus moet je dit ook instellen op je lichtmeter. Anders moet je gaan rekenen. Als je een ND2-filter gebruikt (1 stop verlies) en je lichtmeter geeft f/2.8 aan, betekent dit in werkelijkheid f/4

Flitsduur t0.1:

Dit onderwerp wordt in een apart hoofdstuk besproken.

De flitsduur van een flits wordt uitgedrukt in t0.1 (of t1) waarden. De t0.5 schaal bestaat ook, maar het is raadzaam deze niet te gebruiken.

Een L-858D kan ook de duur meten van hoe lang een flits licht geeft.

Besluit:

Een lichtmeter biedt alleen maar voordelen. Het enige nadeel zou de aankoopprijs kunnen zijn; een Sekonic L-858D met een Godox-module kost bijna 700 euro.

Het belangrijkste is om te leren werken met een lichtmeter! Veel fotografen laten hun lichtmeter stof vergaren omdat ze de werking niet onder de knie hebben, en dat is begrijpelijk. Bij aankoop toont een lichtmeter met de standaard fabrieksinstellingen de waarden met tienden van een stop.

Zo wordt 6.3 weergegeven als 5.6 met een kleine 3, waarbij deze 3 staat voor 1/3 van een stop, wat op de camera overeenkomt met F/6.3.

Zodra je begrijpt hoe een lichtmeter werkt, wordt het een onmisbare tool.