Hoe Sony de wereld veroverde met full-frame systeemcamera's
Op 16 oktober 2013 bracht Sony twee revolutionaire camera's op de markt: de Sony A7 met 24 MP en de A7R met 36 MP. Dit waren de allereerste full-frame systeemcamera’s, maar destijds geloofde bijna niemand dat Sony een serieuze marktspeler zou worden. Het aanbod aan 'native' lenzen was beperkt, omdat Sony besloot de A-mount te laten vallen en vol in te zetten op de nieuwe E-mount.
Terwijl grote merken zoals Canon en Nikon vasthielden aan spiegelreflexcamera’s, zette Sony een gedurfde stap. Pas jaren later konden deze merken niet anders dan Sony volgen en stopten ze met de ontwikkeling van spiegelreflexcamera’s zoals de Canon 5D-serie en de Nikon D850.
Aanvankelijk werden Sony-camera’s door veel professionals niet serieus genomen. Ik herinner me nog hoe een collega beweerde dat Sony alleen geschikt was voor familiefoto’s en vakantiekiekjes. Toch stapte hij enkele jaren later over van Canon naar Sony met de A7R II, vooral omdat de Canon 5DSR bij hoge ISO-waarden niet kon tippen aan het dynamisch bereik van de Sony-sensor. Een andere collega, die net overgestapt was van een Pentax medium-formaatcamera, overtuigde hem van de kracht van de A7R II. Zelf fotografeerde ik destijds met de A7 II en later met de A7R II vanwege de combinatie van een 42 MP sensor en geavanceerde oogdetectie in AF-C modus.
Sony bleef innoveren. Op 24 januari 2021 introduceerden ze de baanbrekende A1, een 50 MP camera met razendsnelle autofocus en 30 RAW-beelden per seconde. Zelfs vandaag de dag is deze camera nog steeds 'state of the art'. Maar het was eigenlijk veel vroeger toen de A7 III, gelanceerd op 27 februari 2019, de wereld overtuigde. Deze camera bood een snelle autofocus, een uitstekende beeldsensor en 4K-video in een compacte en betaalbare body. Canon en Nikon brachten in oktober 2018 hun eerste full-frame systeemcamera’s uit, de Nikon Z7 en Canon EOS R, maar deze konden niet tippen aan de Sony A7 III en hun ontwikkelaars moesten een tandje bijsteken.
Een grote troef voor Sony was dat lens fabrikanten zoals Tamron en Sigma een licentie kregen om autofocuslenzen te produceren. Dit zorgde ervoor dat het E-mount systeem in korte tijd explosief groeide. Sony zelf bracht indrukwekkende lenzen uit, zoals de 50mm GM f/1.2, de 90mm f/2.8 macro en de 135mm f/1.8 GM. Ook andere merken deden hun intrede: Viltrox bijvoorbeeld, met hun uitzonderlijke 135mm f/1.8.
In tegenstelling tot Sony, weigert Canon licenties vrij te geven voor third-party fabrikanten van autofocuslenzen. Hierdoor hebben beginnende fotografen vaak meer keuze binnen het Sony- of Nikon-systeem, omdat er simpelweg meer betaalbare lenzen beschikbaar zijn. Maar hoe lang Canon dit nog kan volhouden, is de vraag. Het gebruik van EF-lenzen via een adapter blijft een compromis: 'native' lenzen blijven superieur qua snelheid en prestaties.
Ook Nikon heeft een grote inhaalslag gemaakt, en Canon’s nieuwste beeldsensoren bieden nu een dynamisch bereik dat nauwelijks te onderscheiden is van Sony en Nikon. Toch produceert Sony nog steeds de meeste sensoren, zelfs voor Nikon-camera’s.
Hoewel Sony bekendstaat om innovatie, kent het merk ook nadelen. Waar andere fabrikanten regelmatig firmware-updates uitbrengen, blijft Sony soms achter. Nieuwe functies uit goedkopere modellen worden niet altijd toegevoegd aan oudere high-end camera’s, zelfs als dat technisch mogelijk zou zijn. Toch blijft Sony een pionier: op 7 november 2024 lanceerden ze de allereerste full-frame camera met een global shutter. Dit betekent dat de sensor in één keer wordt uitgelezen, waardoor problemen zoals rolling shutter en banding verleden tijd zijn.
De concurrentie is sterker dan ooit, maar één ding is zeker: Sony heeft de markt veranderd en blijft innoveren. Toch draait het uiteindelijk niet om de camera, maar om de fotograaf. Want zoals elke vakfotograaf weet: de camera maakt de foto niet, dat doe jij.