De omgekeerde kwadratenregel
De omgekeerde kwadratenregel, ook bekend als de inverse-square law in het Engels, is een principe dat wordt gebruikt in de fotografie, belichting, en andere disciplines die te maken hebben met licht.
Dit principe is van toepassing op lichtbronnen die in alle richtingen stralen, zoals lampen, LED-verlichting of flitsers. Echter, wanneer je buiten fotografeert, zoals in Oostende of Dinant op hetzelfde moment, is de omgekeerde kwadratenregel niet van toepassing, omdat het licht van de zon zich op grote afstand bevindt en de invloed van de omgekeerde kwadratenregel verwaarloosbaar is. Laserlicht stopt door de kleine straal en is dus niet betroffen tenzij je bijvoorbeeld een mug zou belichten.
Als je echter iemand binnen fotografeert die dicht bij een raam staat, kan de omgekeerde kwadratenregel wel van toepassing zijn, zij het in mindere mate dan bijvoorbeeld bij flitslicht.
Van zodra je met flitslicht werkt is het erg belangrijk dat je deze regel begrijpt en kan toepassen. Als je een groep mensen fotografeert die in rijen staan dan moet je namelijk de flitser ver genoeg van deze groep verwijderen.
De omgekeerde kwadratenregel stelt dat de intensiteit van een lichtbron omgekeerd evenredig is met het kwadraat van de afstand tot het onderwerp. Met andere woorden, als je de afstand tot een lichtbron verdubbelt, wordt de intensiteit van het licht op het onderwerp vier keer zo zwak.
Dit principe heeft belangrijke implicaties voor fotografen, vooral bij het werken met externe flitsers of studioverlichting. Als je bijvoorbeeld de afstand tussen de flitser en het onderwerp verdubbelt, zal het licht dat op het onderwerp valt vier keer zo zwak zijn. Dit betekent dat je de flitser moet aanpassen om de juiste belichting te behouden, bijvoorbeeld door de flitskracht te verhogen of de ISO-instelling aan te passen.
Laat ons even dit principe om een simpele manier voorstellen aan de hand van een afbeelding. Deze afbeelding is gegenereerd met behulp van het programma set.a.light.
Als het model 1 meter van de flitser staat, ontvangt het 100% van het licht. Maar op 2 meter afstand ontvangt het slechts 25% van het licht (1/2^2 = 1/4 = 25%), en op 3 meter afstand ontvangt het slechts ongeveer 11,11%.
Dit betekent dat als je de afstand tot het onderwerp verdubbelt, de lichtintensiteit met een factor 4 afneemt, en als je de afstand verdrievoudigt, de lichtintensiteit met een factor 9 afneemt. Het kwadraat van de afstand is dus een eenvoudige manier om te berekenen hoeveel licht er op het onderwerp valt op basis van de afstand tot de lichtbron.
3 meter tot de tweede (3^2) is 9 en 1 op 9 = 11,11 (%).
Kijk ook even in de kleine grafiek in de afbeelding. Het licht valt enorm snel af tot 3 meter maar daarna zijn de verschillen kleiner. De curve vlakt af.
Daarom hebben we de eerste 3 meters rood gemarkeerd. We noemen dit de gevarenzone.
Het is cruciaal om de afstand tussen de flitser en het model nauwkeurig te bepalen, vooral bij portretfotografie waar subtiele verschillen in belichting grote impact kunnen hebben op het eindresultaat. Als de flitser dicht bij het model staat, kan zelfs een kleine wijziging in de afstand een aanzienlijk verschil maken in de belichting van het model.
Het markeren van de juiste positie op de grond kan een handige visuele referentie bieden voor consistente belichting bij het maken van meerdere portretten. Zelfs een verschil van slechts 20 cm vooruit of achteruit kan een groot verschil maken in de hoeveelheid licht die op het model valt, met mogelijke over- of onderbelichting tot gevolg.
Aan de andere kant, als je de flitser verder van het model plaatst, zal het verschil in belichting tussen kleine afstanden minder significant zijn (2,25% tussen 4 en 5 meter afstand). Echter, het licht zal harder zijn en kan minder flatterend zijn voor het model.
Bij het fotograferen van groepen is het essentieel om zorgvuldig na te denken over de belichting om alle gezichten gelijkmatig te belichten en een harmonieus resultaat te bereiken. Een lichtbron die van boven naar beneden gericht is, kan helpen om schaduwen te verminderen en het hele groepsportret gelijkmatig te verlichten. Door de flitser ver genoeg te plaatsen, wordt het licht gelijkmatiger verdeeld over de gehele groep. Hierdoor worden harde schaduwen en overbelichte gezichten in de voorste rijen vermeden, terwijl de gezichten in de achterste rijen voldoende worden belicht om duidelijk zichtbaar te zijn.
Over het algemeen geldt dat hoe verder de flitser van de groep wordt geplaatst, hoe gelijkmatiger het licht over de groep wordt verdeeld. Zorg er echter voor dat de flitser nog steeds voldoende kracht heeft om alle gezichten goed te belichten, zelfs op een grotere afstand.
Meer is het niet. Gelukkig zijn er tegenwoordig betaalbare flitsers op de markt, zoals de Godox AD600 Pro, die voldoende vermogen bieden om een breed scala aan flitslichtscenario's aan te kunnen.
Met een krachtige flitser zoals de Godox AD600 Pro heb je de flexibiliteit om de flitser op verschillende posities te plaatsen en te experimenteren met verschillende belichtingstechnieken.